NBDS-stoomloc 32 met CIWL-bagagerijtuig

Model van de maand: de NBDS-stoomloc 32 met CIWL-bagagerijtuig

Honderd jaar geleden is nog geen sprake van concurrentie op het spoor, wel van concurrerende spoorlijnen. Die van de Noord-Brabantsch-Duitsche Spoorwegmaatschappij (NBDS) biedt bijvoorbeeld een alternatieve verbinding met Duitsland. Hij takt in Boxtel af van de Staatsspoorlijn Tilburg-Eindhoven, gaat voorbij Gennep de grens over en sluit in Wesel aan op het Pruisische spoorwegnet. Veel van het verkeer met Engeland loopt dan nog via de Vlissingse haven en de luxe ‘boottreinen’ richting Midden-Europa, die daar aansluiten op de ferry’s, rijden bij voorkeur via Gennep. En langzamerhand worden die treinen zo zwaar dat de NBDS zich in 1908 gedwongen ziet om, als eerste in Nederland, zes stoomlocs aan te schaffen met drie aangedreven assen in plaats van de dan nog gebruikelijke twee.
Kenners zien meteen dat de serie 30-35 in Engeland is gebouwd, en wel bij Beyer Peacock in Manchester. Opvallend is ook de blauwe kleur in een tijd dat in Nederland bijna alle stoomlocs groen zijn: het NBDS-personeel spreekt van de ‘Groote Blauwen’, buiten Noord-Brabant heeft men het over ‘Blauwe Brabanders’. Maar met respect: de Staatsspoorwegen proberen er eentje uit en willen er prompt ook een paar hebben in een iets zwaardere uitvoering die als ‘Jumbo’ serie 3700 de geschiedenis in gaat.
In 1913 bestelt de NBDS er nog twee bij, dit keer bij Hohenzollern in Duitsland. Maar kort daarop raakt dat land betrokken bij de Eerste Wereldoorlog en vallen in één klap de boottreinen weg. Tegen de tijd dat de laatste loc wordt afgeleverd, in 1920, is de NBDS failliet, hebben de Staatsspoorwegen de boedel overgenomen en zijn afspraken gemaakt om onder de vlag van de Nederlandsche Spoorwegen een einde te maken aan de onbetaalbaar geworden concurrentie. De boottreinen rijden voortaan via Venlo en het Nederlandse deel van de NBDS eindigt roemloos als lokaalspoorlijn. De Blauwe Brabanders, inmiddels omgedoopt tot NS-serie 3500, worden daarna in half Nederland ingezet maar kunnen niet echt tegen de Jumbo’s op. Vanaf 1937 staan ze op reserve en de laatste gaat in 1946 naar de sloop.

Het model (schaal 1:87) is in 1991 uitgebracht door Philotrain onder het catalogusnummer 75A, in een oplage van 125 stuks.

Om veiligheidsredenen mogen in die tijd geen reizigers worden vervoerd in het eerste rijtuig achter de loc. Daar vind je dan ook altijd een bagagerijtuig. Het exemplaar op de foto (een Trix-model) is een teakhouten ‘latjesrijtuig’ van de Compagnie Internationale des Wagons-Lits. Dat is vrij bijzonder: restauratie- en slaaprijtuigen van dit bedrijf zijn dagelijks op Boxtel-Wesel te zien maar de bagagerijtuigen zijn normaal gesproken van de NBDS zelf. Misschien betreft het hier een extra trein, waarvan er in de eerste oorlogsdagen van 1914 veel rijden om Duitsers en Engelsen met spoed naar hun eigen grondgebied te repatriëren…

Model van de maand